BOUWREGLEMENT

Tuinvereniging

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

25 april 2001

 

 

 

 

 

 


Bouwreglement

Tuinvereniging "Langs de Akker"

verder genoemd "de vereniging"

Artikel:

INHOUD:

Pagina:

 

1

Algemeen

2

2

Bouwen van opstallen

2

3

Bouwzaken

3

4

Nutstuin

3

5

Bouwvergunning

3

6

Leidingen

3

7

Verandering van eigenaar

4

8

Afscheidingen

4

9

Opstallen en overige bouwwerken

4

10

Belangrijke oppervlakten en maten

4

11

Bouwaanvraag

4-5

12

Tuinhuis

5-6

13

Luifel e.d.

6

14

Kas

6

15

Gereedschaps- / bergruimtekist

7

16

Windscherm

7

17

Pergola

7

18

Accukist

7

19

Gasflessen en gasflessenkist

8

20

Platte bak / broeibak

8

21

Fietsenhok

8

22

Prieel

9

23

Maten, plaatsbepalingen en opmerkingen over en van een aantal veel voorkomende opstallen c.q. overige bouwwerken     

9

24

Slotbepalingen                       

9


ALGEMEEN

Artikel 1. Algemeen

  1. Op elke bouwactiviteit op het tuinencomplex zijn de gemeentelijke verordeningen op dat gebied van toepassing. (Bouwverordening deel 2; verordening op de tuinhuisjes en bestemmingsplan).
  2. Burgemeester en Wethouders kennen de bouwvergunning toe. De dienst Stadsontwikkeling en Openbare Werken van de gemeente stelt de vergunning vast.

De technische commissie van de vereniging bekijkt de aanvraag, alvorens deze wel of niet door te sturen aan de gemeente.

  1. Het bouwen c.q. verbouwen dient strikt volgens het tekeningenplan te geschieden. Afwijkingen hiervan zonder overleg met de technische commissie kan leiden tot het moeten afbreken van het gebouwde.
  2. De technische commissie is belast met het toezicht op de bouw en verbouw van opstallen en overige bouwwerken en geeft waar nodig voorlichting en advies namens de vereniging.
  3. De in dit artikel bedoelde opstallen en overige bouwwerken moeten ten genoegen van de verhuurder worden onderhouden en mogen door de leden van de vereniging niet worden onderverhuurd of aan derden in gebruik gegeven worden, noch worden gebruikt voor doeleinden, die niet in overeenstemming met de bestemming zijn.
  4. Onder opstallen worden verstaan tuinhuizen inclusief luifel / oversteek, serre, waranda e.d. kassen en schuren.
  5. Onder overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, moet worden verstaan gereedschaps- / bergruimtekisten, terrassen, windschermen, priëlen, pergola's, platte bakken / broeibakken, kisten voor accu's en gasflessen.
  6. Voor opstallen of overige bouwwerken die in dit artikel niet met naam worden genoemd is separaat goedkeuring van het bestuur nodig. Het bestuur beslist per geval met inachtneming van overheidsvoorschriften, de geldende reglementen, regels en de beleidslijnen van de vereniging en/of bestuur.

 

Artikel 2.          Bouwen van opstallen

  1. Het bouwen van opstallen en overige bouwwerken is alleen geoorloofd binnen de door de gemeente op tekening 7.30.12 aangegeven rooilijnen.
  2. Op de op tekening 7.30.12 geprojecteerde kabeltrace's is het niet toegestaan opstallen op te richten.
  3. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente mag de vereniging geen kabels, leidingen, riolering of drainage in het gehuurde aanbrengen.
  4. Voor de bouw van opstallen en overige bouwwerken behoort men zich in eerste instantie te wenden tot de technische commissie.
  5. Bij deze commissie levert een lid een tekening in drievoud in, bevattend plan en afmetingen van wat men van plan is te gaan bouwen.
  6. De beslissing over de wel of niet voldoende juistheid en volledigheid der tekeningen berust bij de technische commissie.
  7. De technische commissie is bevoegd voor bepaalde onderdelen overlegging van nadere tekeningen te vorderen op een door hen aan te geven schaal.
  8. De technische commissie behartigt alle technische werkzaamheden op het complex.
  9. De leden der technische commissie zijn voorzien van een door het bestuur getekend legitimatiebewijs.

 

Artikel 3.          Bouwzaken

  1. Is voor een bouw c.q. verbouw een bouwvergunning verkregen, waarvan door de technische commissie aantekening wordt gemaakt op de bouwtekeningen, dan mag bij de uitvoering niet van de tekeningen worden afgeweken. Een exemplaar wordt in het archief van de technische commissie bewaard, het andere is voor het lid. Indien blijkt, dat bij de bouw van de goedgekeurde tekening werd afgeweken of indien enige opstal wordt gebouwd of verbouwd zonder dat de vereiste vergunning is verkregen, dan zal het bestuur het betrokken lid sommeren wat gebouwd is af te breken of op kosten van het desbetreffende lid laten afbreken.

 

Artikel 4.          Nutstuin

  1. Op tuinen met een oppervlakte gelijk aan of kleiner dan 125 m2, verder nutstuinen genoemd, is het bouwen van een huisje, andere opstallen (behoudens het gestelde in artikel 4b) en overige bouwwerken niet toegestaan, behoudens platglasbakken en een gereedschaps- / bergruimtekist.
  2. Het plaatsen van een kas op een nutstuin kan alleen na overleg met het bestuur en rekening houdende met op tekening 7.30.12 geprojecteerde gebieden plaats vinden.

 

Artikel 5.          Bouwvergunning

  1. Bouwmaterialen, bestemd voor een te bouwen tuinhuis, mogen niet langer dan een jaar onbewerkt op de tuin aanwezig zijn.
  2. Nadat een bouwvergunning voor een opstal c.q. overige bouwwerken is verleend, dient deze opstal binnen een jaar na verlening van de vergunning uitwendig geheel te zijn afgewerkt. Het bestuur kan desgevraagd van deze bepaling ontheffing verlenen.

 

Artikel 6.          Leidingen

  1. Het is zonder schriftelijke toestemming van het bestuur verboden zelfstandig binnen de erfscheidingen van de tuin aansluitingen of aftakkingen te maken van de waterleiding en de riolering. De hoofdkraan, welke aangesloten wordt op het waterleidingnet van het tuinencomplex, moet altijd van buitenaf bereikbaar zijn, zodat in noodgevallen ingegrepen kan worden. Dit punt zal goed zichtbaar en bereikbaar moeten zijn.
  2. Elke hoofdkraan dient voorzien te zijn van 1 aftapkraan, welke in de leiding tussen de hoofdkraan en het huisje gemonteerd is.
  3. Voorschriften en aanwijzingen van de technische commissie betreffende aanleg van water, riolerings- en gasleidingen dienen stipt te worden opgevolgd.

 

 

Artikel 7.          Verandering van eigenaar

  1. De opstallen en overige bouwwerken, welke niet aan de in dit en andere reglementen gestelde eisen voldoen, zullen bij verandering van eigenaar dienen te worden gewijzigd of aangepast volgens aanwijzingen van en in overleg met de technische commissie.
  2. Bij verschil van mening tussen de technische commissie en het tuinlid over het in dit artikel lid a bepaalde beslist het bestuur.

 

Artikel 8.           Afscheidingen

  1. Op de denkbeeldige scheidingslijn tussen de tuinen moeten voor en achter paaltjes geplaatst worden. De paaltjes mogen maximaal 0,40 meter boven het maaiveld uitkomen en moeten in de lengterichting van de tuin worden geplaatst.
  2. Iedere vorm van tuinafscheiding anders dan beplanting is verboden, tenzij anders in onderling overleg en met goedkeuring van het bestuur wordt overeengekomen.
  3. Een afscheiding tussen twee tuinen mag niet hoger zijn dan 1,80 meter
  4. Aan de padzijde is geen hekwerk o.i.d. toegestaan.
  5. Een hekwerk achter de heg is toegestaan indien deze niet boven de heg uitkomt.

Artikel 9.              Opstallen en overige bouwwerken

  1. Onder opstallen worden verstaan tuinhuizen inclusief luifel / overstek, serre, waranda e.d., kassen en bergruimten.
  2. Onder overige bouwwerken worden verstaan gereedschaps- / bergruimtekisten, terrassen, windschermen, priëlen, pergola's, platte bakken / broeibakken, kisten voor accu's en gasflessen.
  3. Op de opstallen, overige bouwwerken dan wel elders in de tuin mogen geen direct zichtbare antennes of schotelantennes geplaatst worden.
  4. Voor opstallen of bouwwerken die in dit artikel niet met naam worden genoemd is apart goedkeuring van het bestuur nodig. Het bestuur beslist per geval met inachtneming van overheidsvoorschriften, de geldende reglementen en regels en de beleidslijnen van de vereniging en/of het bestuur.

Artikel 10.            Belangrijke oppervlakten en maten

  1. De oppervlakte van een tuinhuis inclusief aangebouwde bergruimte, luifel / overstek, serre, waranda e.d. mag binnenwerks niet groter zijn dan 24 m2. (Indien luifel / overstek, serre, waranda e.d. bestaan uit minimaal 3 wanden en een dak worden deze beschouwd te behoren tot de oppervlakte van het tuinhuis).
  2. De oppervlakte van een kas mag niet groter zijn dan 10 m2.

Artikel 11.            Bouwaanvraag

  1. De aanvraag voor toestemming voor de bouw of verbouw van een opstal dient vergezeld te gaan van een bouwtekening op A3 formaat op schaal 1:50.
  2. Op een bouwtekening voor de bouw van een opstal moet zijn aangegeven:

* Plattegrond met indeling van het tuinhuis en/of van de kas of berging.

* Een vooraanzicht, twee zijaanzichten en een achteraanzicht:

* openslaande ramen en deuren;

* oppervlakte en hoogte tussen vloer en plafond van ieder vertrek;

* keukenblok (voor zover aanwezig)

* toiletruimte en toilet (voorzover aanwezig)

* hoogte tussen vloer en nok;

* hoogte tussen vloer en toegangspad;

* hoogte tussen vloer en onderkant dak;

* maat van elke overstek / luifel;

* alle uitwendige hoofdmaten van de opstal;

* de materialen waaruit de opstal is vervaardigd;

  1. dakhelling.

a.      Tevens moet een situatietekening van de tuin bij de bouw van een nieuwe opstal op schaal 1:200 worden bijgevoegd, waarop worden aangegeven:

*       afstand opstal - tuinscheiding;

*       afstand opstal - sloot;

*       afstand opstal - pad;

*       afstand met overige opstallen en andere bouwwerken op de tuin;

*       stapelputten, riolering, waterleiding en andere nutsvoorzieningen;

*       de Noordpijl.

 

  1. Op een bouwtekening voor de verbouw van een opstal moet op schaal 1:50 zijn aangegeven:

*       plattegrond met indeling van het tuinhuis en/of plattegrond van de kas of             schuur;

*       een vooraanzicht, twee zijaanzichten en een achteraanzicht;

*       openslaande ramen en deuren;

*       oppervlakte en hoogte tussen vloer en plafond van ieder vertrek;

*       keukenblok (voor zover aanwezig)

*       toiletruimte en toilet (voor zover aanwezig)

*       hoogte tussen vloer en nok;

*       hoogte tussen vloer en toegangspad;

*       hoogte tussen vloer en onderkant dak;

*       maat van elke overstek / luifel;

*       alle uitwendige hoofdmaten van de opstal;

*       de materialen waaruit de opstal is vervaardigd;

*       dakhelling;

*       de aanpassingen die gaan plaatsvinden en de (oppervlakte) maten;

*       de materialen die worden gebruikt voor de aanpassingen.

Artikel12.            Tuinhuis.

a.      Een tuinhuis mag maximaal bestaan uit één bouwlaag en een kap.

b.      Een tuinhuis dient minimaal 3 meter uit de perceelgrens te blijven (voor langwerpige tuinen kan in overleg met de technische commissie een andere maat vastgesteld worden)

c.       De afstand tot enig punt van een ander gebouw niet zijnde een kas of bergplaats op dezelfde tuin mag nergens minder dan 4 meter bedragen.

d.      De binnenvloeroppervlakte inclusief een eventueel aangebouwde (artikel 12, lid e) bergruimte van het tuinhuis mag niet meer bedragen dan 24 m2.

e.      Het oppervlak van een esthetisch verantwoorde aangebouwde en van buitenaf toegankelijke bergruimte mag max. 2 m2 binnenwerks bedragen, waarvan de breedte max. 0,80 meter.

f.        De hoogte tussen onderkant dak en bovenkant vloer mag niet meer bedragen dan 2,60 meter gemeten langs de opgaande buitenwand.

g.      De vrije binnenhoogte tussen vloer en plafond moet ten minste 2,30 meter. bedragen.

h.      De hoogte tussen hoogste punt van een puntdak en bovenkant maaiveld mag niet meer bedragen dan 4 meter. Deze afstand bij een platdak mag niet meer dan 2,60 meter bedragen.

i.         Bovendorpels van raam - en deurkozijnen moeten per gevelwand op een hoogte liggen.

j.         De hoogte tussen de bovenkant vloer en kruin van het pad mag niet meer bedragen dan 0,20 meter.

k.       Het toilet moet inpandig worden gebouwd, met minimale lengte - en breedtematen van resp. 0,80 en 1,10 meter.

l.         Als materialen voor het tuinhuis zijn toegestaan hout, steen en kunststoffen.

m.     Als dakbedekking zijn toegestaan vegetatiedak, ijzeren platen in de vorm van dakpannen en andere gangbare dakbedekkingen behalve riet.

n.      Een tuinhuis mag geen betonnen fundering hebben welke aard- en nagelvast met de aarde verbonden is.

Artikel 13.            Luifel e.d.

a.      Een luifel / overstek, serre, waranda e.d. welke volgens artikel 10 lid a, geen deel uitmaakt van de 24 m2 tuinhuisoppervlakte, mag max. 2 meter diep zijn en aan de open zijde voorzien worden van 2 windkeringen van max. 0,5 meter breedte.

Artikel 14.             Kas

a.      De afstand tussen een kas en andere opstallen moet minimaal 1,5 meter bedragen.

b.      De afstand tussen de kas en de perceelgrens moet minimaal 1 meter bedragen.

c.       De afstand tussen de kas en de sloot moet minimaal 2 meter bedragen gemeten vanuit de waterkant.

d.      De oppervlakte van een kas mag niet meer dan 10 m2 meter bedragen.

e.      De goothoogte van een kas mag niet meer dan 1,80 meter bedragen gemeten vanuit het maaiveld.

f.        De kas dient aan de tuinafscheidingszijde een afvoer voor hemelwater te hebben.

g.      Een kas mag niet als berging voor de continue opslag van materialen, machines of gereedschappen worden benut.

h.      Een kas mag alleen bestaan uit een houten of een aluminium geraamte met (lichtdoorlatend) glas of kunststof.

i.         Om toestemming te verkrijgen voor het plaatsen van een kas dient bij de technische commissie een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1:50 ingeleverd te worden.

 

 

Artikel 15.           Gereedschaps- / bergruimtekist

a.      Een gereedschaps- / bergruimtekist mag niet hoger zijn dan 0,60 meter gemeten vanuit het maaiveld, niet breder dan 0,80 meter; de grootste lengte mag niet meer bedragen dan 2 meter.

b.      Een gereedschaps- / bergruimtekist op een nutstuin mag max. 1,00 meter breed, 0,75 meter hoog en 2,00 meter lang zijn.

c.       Om toestemming te verkrijgen voor het plaatsen van een gereedschaps- / bergruimtekist dient bij de technische commissie een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1:50 ingeleverd te worden.

Artikel 16.         Windscherm

a.      Een windscherm mag niet hoger zijn dan 1,80 meter.

b.      Op een tuin mag maximaal 5,60 strekkende meter windscherm worden geplaatst.

c.       Het windscherm dient in ieder geval te voldoen aan:

1. Hout met een maximale dikte van 0,10 x 0,10 meter voor de staanders en de leggers;

2. Steen of hout met een maximale hoogte van 0,80 meter voor de borstwering.

d.      Een windscherm dient ten minste 3 meter uit de perceelgrens te worden geplaatst.

e.      Een windscherm mag aan een zijde een verbinding vormen tussen opstallen of andere bouwwerken.

f.        Om toestemming te krijgen voor het plaatsen van een windscherm dient een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1:50 ingeleverd te worden bij de technische commissie.

Artikel 17.             Pergola

a.      Onder een pergola wordt verstaan een open bouwsel bestaande uit pijlers en een open dak van latwerk dat men door planten kan laten begroeien.

b.      De afstand tussen een pergola en de perceelgrens dient ten minste 1 meter te zijn, tenzij de pergola onderdeel uitmaakt van een toegangshek. De ruiter (dwarsligger) van de pergola mag niet buiten het toegangshek uitsteken aan de padzijde.

c.       De grootste lengte van een pergola mag niet meer bedragen dan 6 meter, de grootste breedte niet meer dan 1 meter; de hoogte niet meer dan 2,50 meter.

d.      Een pergola mag aan een zijde bevestigd zijn aan een ander bouwwerk of opstal.

e.      Om toestemming te verkrijgen voor het plaatsen van een pergola dient een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1: 50 bij de technische commissie te worden ingeleverd.

Artikel 18.            Accukist

a.      Een accukist mag niet hoger zijn dan 0,45 meter gemeten vanuit het maaiveld.

b.      Een accukist mag inwendig gemeten niet breder zijn dan 0,60 meter.

c.       De grootste lengte mag niet meer bedragen dan 1 meter.

d.      De accukist moet voorzien zijn van een ontluchting boven in de kist.

e.      Om toestemming te krijgen voor het plaatsen van een accukist dient een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1:50, bij de technische commissie te worden ingeleverd.

 

Artikel 19.            Gasflessen en gasflessenkist

a.      Er mogen op een tuin niet meer dan 3 gasflessen aanwezig zijn. Men mag 2 gasflessen bij elkaar (in een kist) zetten, de derde moet op enige meters afstand van de andere flessen staan.

b.      Een gasfleskist mag niet hoger zijn dan 0,80 meter gemeten vanuit het maaiveld.

c.       Een gasfleskist mag inwendig gemeten niet dieper zijn dan 0,45 meter.

d.      De grootste lengte mag niet meer bedragen dan 0,80 meter.

e.      De gasfleskist moet goed geventileerd zijn aan de onderzijde van de kist.

f.        Een gasflessenkist mag maximaal 2 flessen bevatten.

g.      De kist moet voorzien zijn van een goed zichtbaar minimaal 50 cm hoog sticker/bord met de tekst "Roken en open vuur verboden" of een genormaliseerd NEN 3011 veiligheidsteken.

h.      Om toestemming te krijgen voor het plaatsen van een gasfleskist dient een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1:50 bij de technische commissie te worden ingeleverd.

Artikel 20.            Platte bak / broeibak

a.      Een platte bak / broeibak op een nutstuin mag max. 1,50 meter breed, 0,60 meter hoog en 4 meter lang zijn, op een recreatietuin: max. 0,80 meter breed, 0,60 meter hoog en 1,20 meter lang.

b.      Voor het plaatsen van een platte bak / broeibak is geen toestemming van de technische commissie nodig.

Artikel 21.             Fietsenhok

a.      Maten: lengte 2 meter, breedte 1 meter, hoogte 1,60 meter, een zijde dient geheel open te blijven.

b.      Het fietsenhok mag niet als continue bergplaats anders dan voor fietsen worden gebruikt.

c.       Om toestemming te krijgen voor het plaatsen van een fietsenhok dient een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1:50 bij de technische commissie te worden ingeleverd.

Artikel 22.             Prieel

a.      Een prieel moet een geheel "open constructie" hebben welke kennelijk bestemd is om met planten begroeid te worden.

b.      Een prieel mag max. 2,50 meter lang, 1 meter diep en 2,20 meter hoog zijn.

c.       De afstand tot de erfscheiding moet minstens 1 meter bedragen.

d.      Een prieel mag niet als continue opslagplaats worden gebruikt.

e.      Om toestemming te krijgen voor het plaatsen van een prieel dient een bouwtekening op A4 formaat, schaal 1: 50 bij de technische commissie te worden ingeleverd.

 

Artikel 23.            Maten, plaatsbepalingen en opmerkingen over en van een aantal veel voorkomende opstallen c.q. overige bouwwerken.

a.      Dichte scheidingsschermen (schuttingpanelen) 1,50 meter hoog, mogen onbeperkt lang zijn.

b.      Dichte scheidingsschermen (schuttingpanelen) 1,80 meter hoog, mogen totaal max. 5,60 meter lang zijn.

c.       Open scheidingsschermen (trellies) 1,50 hoog, mogen onbeperkt lang zijn.

d.      Open scheidingsschermen (trellies) 1,80 meter hoog, mogen totaal max. 7,20 meter lang zijn.

e.      Rookgaskanalen hout / kolenkachel: doorvoering door hout, dubbelwandig uitvoeren.

f.        Gaskachels plaatsen volgens instructie van de fabrikant.

g.      De slootbeschoeiing moet uitgevoerd worden in het fabrikaat en/of merktype wat door het bestuur wordt voorgeschreven.

h.      Gasleiding doorvoeringen door een muur moeten worden uitgevoerd in koperen buis.

i.         Gasslangen moeten voorzien zijn van een merk / keuringsaanduiding, en jaartal en moeten om de twee jaar worden vervangen.

j.         Een gasreduceerventiel mag niet ouder zijn dan 10 jaar.

k.       Afvoeren van sanitaire voorzieningen, was- en spoelbakken (ook buiten), moeten op het riool zijn aangesloten.

l.         De laagliggende goot van de "nonnenkap" huisjes (kunststofhuisjes) moet in verband met de afvoer van schoonmaakmiddelen e.d. zijn aangesloten op het riool.

m.     Het plaatsen van een zgn. partytent is alleen voor een kortdurende periode toegestaan. (max. 1 week)

Artikel 24.             Slotbepalingen.

a.      In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet of waarin een aangelegenheid voor meer dan een uitleg vatbaar is, beslist het bestuur, behoudens verantwoording aan de algemene vergadering. In incidentele gevallen kan het bestuur van het in dit reglement bepaalde afwijken.

b.      Aanvullingen of wijzigingen, van dit reglement vinden plaats als de algemene vergadering daartoe met volstrekte meerderheid besluit. Aldus vastgesteld op de Algemene Vergadering d.d. 4 april 2001.

Voorzitter:

Penningmeester: